Garagezilla

Me ongeshminkt buitenhuis begeven. In jogging de straat op gaan (en niet eens om te gaan lopen). In ondergoed en een T-shirt communiceren met de buren. En laat ons vooral zwijgen over de kamerjas. Ze stonden op m’n Things NOT to do before I die-list. Tot anderhalve maand geleden.

Even recapituleren: ik ben verhuisd. Naar het mooiste pand ooit. In één van de leukste buurten ooit. En ook een beetje met de leukste vent ooit. En de buren, die bezorgden ons de voorbije weken een hartelijk welkom. Oh nee, wacht. Hatelijk, moest dat zijn. Silly me.

Parkeerplaats in hartje Antwerpen, geen evidentie. En dus wouden wij koste wat het kost een herenhuis met een garage, al betekende dat flink dokken. Lucky bastards die we zijn, had ons droomhuis niet 1 wagenplaats in de garage, maar 3. Zelfs m’n nieuwe fiets met de mégamand die groter is dan de tweewieler zelf, mag zich enkele keren vermenigvuldigen en dan hebben we nòg plaats genoeg in de garage. Handig, toch? That is, als je erin en eruit kan, tenminste.

Garagezilla1

Lijkt me duidelijk, niet?

De vriendelijke buren rechts (één van de mannen van de Strangers, al moest ik daar even op gewezen worden want hun muziek was niet zo mijn cup of tea), waren meteen mee in het verhaal. Die links echter, begrepen het principe ‘verboden te parkeren’ niet zo goed. Met alle gevolgen hieronder vandien.

Met een dikke 15 wonen ze in het huis links naast ons. En ze hebben vrienden. Veel vrienden. Allemaal mensen die ons ontzettend dankbaar zijn dat wij een parkeerplaats voor hen gekocht hebben die zij afwisselend mogen gebruiken. Perceptie, que? Vijf keer heb ik vriendelijk maar kordaat verzocht mijn in- en uitrit vrij te houden. Sinds die dag staat de Blauwe Lijn van de politie in mijn favorieten van m’n iPhone. En de takeldienst.

Eén boosdoener had standaard een lelijk kartonnen bordje achter het raam van zijn wagen liggen met daarop z’n GSM-nummer. Eén keer heb ik hem gebeld, omdat ik binnen de 5 minuten moest vertrekken naar een afspraak in het ziekenhuis, en de politie veel langer op zich zou laten wachten. Niet dat de man in kwestie opnam ofzo hoor. Afspraak dan maar missen en de politie toch optrommelen. Toen ik de trap opliep om binnen m’n GSM te halen, hoorde ik iemand achter me naar z’n wagen sluipen. Nou, mooi niet. De man in kwestie was zich van geen kwaad bewust “want ich hat toech numero in auto?” Numero keihandig, als je niet opneemt. En ik moet juist niets, gaf ik hem ook even ter info mee. Ik was best duidelijk. Zo duidelijk dat de hele straat mijn repliek heeft gehoord. Ik dacht, die zien we niet meer terug.

Verkeerd gedacht, toen ie een week later opnieuw voor mijn garage stond. De man  was zijn leven beu. Het kwam tot een woordenwisseling waar ze in de Wetstraat nog een puntje aan konden zuigen. Niet dat de man veel in te brengen had, wegens het niet spreken van onze taal. Maar luisteren zou ie, want in de tussentijd had m’n vriend z’n wagen overdag ook nog enkele keren voor ons huis gespot. Laten we hem Broznev noemen, dat typt iets makkelijker, en de naam past best goed bij zijn lichaamsbouw. Broznev dus, een flink in het vet gezette Bulgaar, vond het nodig na mijn tirade te weigeren zich te verplaatsen. Hij was enkele huizen verder aan het werk en wou van onze parkeerplaats gebruik maken, of het ons nu paste of niet. Hoe het zover is gekomen, weet ik niet meer, maar ineens had ik een gasfles in mijn handen. Eentje uit zijn arsenaal dat daar om de één of andere duistere reden op straat stond. Het loodzware stuk leek wel een veertje (onderschat de kracht van een furie niet), en ik zette het achteraan in onze garage. Stotterend liep hij mijn eigendom op. “Iz van mij, iz van mij”, klonk het hijgend. “En die parkeerplaats en waar ge nu staat, da’s allemaal van mij”, riep ik wild gebarend terug, terwijl ik hem uit mijn garage duwde alsof ik tegen een boksbal stootte. Hij stootte terug, maar gelukkig heb ik een sterke vent die ervoor zorgde dat de man me met geen vinger meer aanraakte. 5 seconden later zat Broznev vast onder onze automatische poort, die we al naar beneden hadden laten zakken. Met de gasfles tussen zijn benen. No words can describe.

Nog wat ronder, nog wat meer bilspleet en hij moest ook nog iets lager hangen. Dat schetst het wel zo'n beetje.

Nog wat ronder, nog wat meer bilspleet en hij moest ook nog iets lager hangen. Dat schetst het wel zo’n beetje.

Ter info: we hebben hem niet meer teruggezien. En de andere buren staan hier gemiddeld maar 5 keer per dag meer in plaats van 15. Thumbs up for myself. En ik geef de strijd niet op. De uitleg “Boete gen problem, ik kan toch niet betaal”, heb ik ook al 2 weken niet meer gehoord. Een kleine overwinning waar ik maar al te graag een vreugdedansje op de stoep voor doe. In jogging zelfs. Of in kamerjas. Niet meer in ondergoed, want dat vonden de mannen volgens mij stiekem wel leuk.

Standaard

Een interieur om (van) te houden

“De één zijn overbodige stuk, is de ander zijn geluk.”

Zoals jullie misschien wel weten, zijn m’n vriend en ik recent verhuisd naar onze nieuwe woonst in Antwerpen. En bij een nieuwe woonst, horen nieuwe spullen. Omdat we nog niet genoeg geld hadden uitgegeven, of zoiets. Al valt dat laatste best goed mee. Heel goed zelfs.

M’n vriend en ik zijn niet zo’n fan van kant- en klare dertien-in-een-dozijn interieurs, waarbij je voor de gemakkelijkheid dezelfde tafel, buffetkast, dressoir en tv-meubel kan kopen. Moeilijk gaat ook. En dat in de vorm van zoektochtjes op www.2dehands.be, www.kapaza.be, kringloopwinkels, een leuke webshop met superleuke unieke stukken (waarvan ik nu heel stout de website niet vrijgeef), maatwerk, antiekmarkten, wat doe-het-zelf-werk en het ontdekken van pareltjes in een onopvallende winkel met voor de rest best lelijke stukken.

Een blik in ons interieur:

Deze kist die eruit ziet als een kast, kochten we op www.2dehands.be, voor een appel en een ei.

Interieur1

Een double-face bureau. Loved it since I could write my own name (and that wasn’t so hard). De vorige eigenaar wist duidelijk niet dat deze oude notarisbureau meer dan 1500 euro waard was. Again www.2dehands.be

Interieur2

Een mooi tv-meubel, dat moet volgens mij nog uitgevonden worden. Deze kist kochten we op www.2dehands.be. Het ritje naar het pittoreske Zwevezele kostte ons bijna meer dan de kist zelf.

Interieur3

Fruitkisten kan je nooit genoeg kopen. Oorspronkelijk was het idee hiermee een schoenenrek te maken, maar een mens mag veranderen van mening. Opgelet: vooraleer je de kisten schuurt en verft, eerst behandelen met een product tegen houtworm! Kisten te vinden bij fruitboeren in Limburg, product in de doe-het-zelf zaak.

Interieur4

Alweer een kist (zo hebben jullie meteen een geschenkidee voor wanneer ik jarig ben. 26 juni btw.) Dit keer om te gebruiken als bijzettafel (lees: avondlijke Oreo-, chips- en taartsessies). Gevonden bij tweedehandswinkel Troc, voor geen geld.

Interieur5

Fruitkisten for the win. Hieronder hebben we wieltjes gemonteerd, zodat we de kist makkelijk kunnen verplaatsen als we het ergens gezellig willen maken.

Interieur6

Deze luster vonden we in een particuliere, doordeweekse verlichtingszaak, waar we al verschillende keren voorbij waren gelopen. Altijd opletten is de boodschap.

Interieur7

Oh ja, deze kochten we er meteen bij. (En er is ook nog een derde, die we aan een lager prijsje kregen:))

Interieur8

Ontbijttafel in steigerhout. Online op maat besteld nadat we een advertentie van het bedrijf zagen op www.2dehands.be en www.kapaza.be. Op maat staat hier niet gelijk aan fortuinen betalen.

afbeelding015

Eén van onze schattige ontbijtstoeltjes, gevonden in m’n geheime webshopje;) (Forgive me, maar deze claim ik tot ik blut ben).

Interieur10

Lekker ouderwetse make-up spiegel, gescoord op de antiekmarkt in Tongeren (elke zondagvoormiddag). 30€!

Interieur11

Enkele andere fruitkisten gebruiken we als nachtkastje.

Interieur12

Ook deze stoel heb ik gekocht in m’n geheime webshopje. Ideaal om m’n kleren op te gooien wanneer ik ’s avonds te moe ben om nog m’n dressing in te lopen.

Interieur13

Er kruipt misschien wat zoekwerk in, maar je staat ervan versteld welke pareltjes je online of in tweedehandswinkels kan vinden. The chase is almost as good as the catch.

Standaard

Fietsenwinkels, een ras apart.

M’n hartslag schiet pijlsnel de hoogte in. M’n ademhaling versnelt. M’n ogen zijn zo hevig gefixeerd op de baan dat m’n lenzen er bijna uit wippen. Ik wijk uit naar rechts en probeer m’n bocht zo groot mogelijk te maken om dan af te slaan naar links. Acute paniek. En dat allemaal tegen 3 kilometer per uur. Tot m’n grote verbazing zit ik nog steeds rechtop, en ben ik niet gevallen. Bochten nemen met de fiets, ik ben er zo wild niet van.

Desondanks was ik op zoek naar een nieuwe tweewieler. De winkelstraat die achter ons nieuwe huis ligt, is immers een klein paradijsje met prachtige fruit- en groentenwinkeltjes, tientallen bakkerijtjes, schoenenmekka’s én niet onbelangrijk: ik moet maar 1 keer een bocht van 45 graden nemen, en dan gaat het honderden meters rechtdoor.

De zoektocht begon op het Antwerpse Zuid, waar ik in de eerste winkel buiten ging met een oor dat de daarop volgende 3 uur tijdelijk doof was. Een band oppompen, dat had de behulpzame medewerker precies nog niet vaak gedaan, want het rubber sprong alle kanten op toen ie iets te enthousiast z’n pomp erop los liet. In de tweede ging ik lopen van de onvriendelijke uitbaatster, die het – op haar intonatie af te gaan – vreemd leek te vinden dat ik niet thuis was in de wereld van het voor- achter- en tegenremmen. Of zoiets. En in de derde winkel vond ik gewoon m’n ding niet.

Dat ding was: een prachtige vintage omafiets (ik beschreef het lichtjes gegeneerd als een bommafiets, maar omafiets blijkt dus echt vakterminologie te zijn, thumbs up for me.) Liefst wit. Met bruine dunne banden. Niet te zwaar. En… met een mandje. Het mandje is echt heel belangrijk, want laat ons eerlijk zijn: dat ziet er gewoon zó leuk uit. En het is nog handig ook, want ik weet zeker dat als ik met een volle schoudertas moet fietsen, ik gewoon meteen omval.

Ik kwam ‘m tegen op een webshop van een fietsenwinkel in een Limburgs dorpje. Maar zoals dat ook gaat met mannen: je wil hem eerst eens zien in het echt, om te kijken of ie er even goed uit ziet, en of het ook in het echte leven klikt. Gisteren was het zover: de date met m’n toekomstige fiets, in een waar hypermodern gespecialiseerd paradijs met honderden modellen waar ik me de ogen zou uitkijken. Althans, dat dacht ik. Dat van het moderne gespecialiseerde paradijs klopte duidelijk niet. Dat van de ogen uitkijken des te meer.

Verfborstels en lijmpistolen naast computermuizen opgesmukt met roze diamanten. Recuperatieshakes, naast kinderpyama’s om iets verder een achttal BH’s te vinden. Badjassen waren er ook. Fitnesstoestellen en tuinmateriaal, naast pantoffels en kinderspeelgoed. Dobbelstenen. Cadeaulinten. Puzzels. Net wanneer ik dacht dat het niet gekker kon, kwam ik in de laatste ruimte terecht: die van de fietsen. Het voelde als een hindernissenparcours. De lange weg naar de top. En nu ging ik op zoek naar die ultieme beloning: de witte vintage omafiets. De liefde was groot, maar toch kreeg ze concurrentie van een zwart model. Ik besloot dan maar eerst op zoek te gaan naar het perfecte mandje. Respect voor de dorpse shopmedewerker die bakken geduld had toen ik alle soorten materialen wou zien, toch liever bruin dan zwart wou – ook al moest ie daarvoor alle dozen van het schap halen en zich erin verdiepen -, die me 5 minuten de tijd gaf om de mandjes eens voor beide fietsen te houden om te kijken op welk model ze het mooist pasten, en die er nog gratis een extra rem op wou plaatsen. M’n vriend, daar spreek ik al niet meer van, want die is mijn kuren al gewoon.

De witte! Het wordt de witte. Ook al heeft die geen versnellingen. Ook al loop ik het risico ermee overkop te gaan als ik iets te enthousiast rem, want blijkbaar moet ik ook tegentrappen om te remmen en daar ben ik net zo tuk op. En ook al is m’n mandje zo groot dat ik waarschijnlijk om de 50 meter omval dankzij evenwichtsstoornissen. Wie mooi wil zijn, moet nu eenmaal lijden, niet?

Misschien ben ik dan niet de beste fietsster, ik heb wel de mooiste.

Misschien ben ik dan niet de beste fietsster, ik heb wel de mooiste.

Standaard