Recept: Kokosmakronen

TheHummingBirdBakery

Notting Hill. Wereldberoemd werd de kosmopolitische wijk  met de Victoriaanse huizen, modieuze winkels en restaurants, door de chemie die er speelde tussen Julia Roberts en Hugh Grant, in de gelijknamige romantische komedie. Maar even zoet als de liefde tussen de 2 Hollywood-lievelingen, zijn de gebakjes van The Hummingbird Bakery, ook van Notting Hillse makelij. Voor zij die niet de luxe hebben om elke week (of dag, waarom niet?;)) een bezoekje te brengen aan de heerlijke banketbakkerij, schreven bezieler Tarek Malouf en de andere Humingbird-bakkers ‘The Hummingbird Bakery: Cookbook’, ‘The Hummingbird Bakery: Cake Days’ en gooien ze er in hun derde boek ‘The Hummingbird Bakery: Home Sweet Home’ nog eens 100 nieuwe, heerlijke recepten tegenaan.

Het ene recept is al wat moeilijker dan het andere, maar hierbij eentje dat écht niet kan mislukken en in een oogopslag klaar is:

KOKOSMAKRONEN
voor 30 – 35 rotsjes
Uit ‘The Hummingbird Bakery: Home Sweet Home’

Kokosmakronen

Ingrediënten: 
– 370 g gedroogd kokos
– 1 theelepel vanille-extract
– 2 grote eiwitten
– 3,7 dl gezoete gecondenseerde melk (Gewoon te vinden in de supermarkten. Zoek je niet te pletter, maar roep er gewoon een medewerker bij om je naar de juiste plek te loodsen. Efficiëntie for the win!:))

Bereidingswijze:
1. Verwarm de oven voor op 160 °. Bekleed 2 of 3 bakplaten (afhankelijk van de grootte van je oven) met bakpapier.
2. Meng de gecondenseerde melk, het kokos en het vanille-extract in een middelgrote kom of in de keukenmachine. Klop de eiwitten in een aparte kom stijf en spatel dit doorheen het kokosmengsel.
3. Let the baking begin: Schep ongeveer 1 eetlepel per makroon op de bakplaat. In quenelles, hartjes of rotsjes: wat jij maar wil. Zorg voor een tussenruimte van 4 centimeter om te vermijden dat de makronen gaan versmelten. Bak 20 tot 30 minuten tot ze goudbruin zijn. Laat ze volledig afkoelen, alvorens ze te serveren.

Advertenties
Standaard

Kerst bij de buren. Not as you know it.

Wekenlang hadden we hen niet meer gehoord, de buren. Die van het vierde verdiep, oftewel: de Afrikaantjes. Het gelijkvloers, verdieping 1 en 2, hebben we al te vriend. En dat na amper 6 maanden in het nieuwe huis. Score. Vriendjes in die mate zelfs dat we tijdens Bob De Bouwer-momenten al materiaal uitwisselen zoals schroefmachines en aanverwanten. Voor de gemiddelde vrouw en homo: zeg nooit zomaar boormachine tegen een schroefmachine, want dat is blijkbaar een fout om U tegen te zeggen.

Deze intro doet echter al vermoeden dat er aan de heuglijke stilte abrupt een einde is gekomen. En ik kan dat jammer genoeg enkel maar bevestigen. Een half uur eerder arriveerden we thuis, en zagen we iemand op de stoep van de buren zitten, gewapend met een krat bier. Dat voorspelde al niet veel goeds. “Jezus zette op kerstavond zijn klep open, dus dat doen wij ook even”, moeten de buren aansluitend gedacht hebben. In het Afrikaans dan wel, maar die taal begrijp ik nog steeds niet, ondanks de live praktijklessen die ik thuis soms door de muren heen kan volgen.

Zo niet, dacht m’n wederhelft, en dus trok ie de straat op om aan te bellen bij het feestgespuis. Ehm, -gedruis, vergeef me. Niet dat dat aanbellen ook maar enig nut had, want het ging er boven zo luid aan toe dat Pieter geen gehoor kreeg. Gehoor kreeg ik echter wel, toen ik naar bed trok. Een pijnlijk gehoor. En dus waagde ik me voor het eerst aan iets wat tot dan ondenkbaar leek: Make-uploos de straat op trekken, met -hou u vast- de intentie mensen onder ogen te komen. Ik denk zelfs dat ik gewapend was met m’n jogging om het geheel nog appetijtelijker te maken, maar dat weet ik niet meer zeker. Blame it on tijdelijke ontoerekeningsvatbaarheid.

Niet opendoen was geen optie. En dus bleef ik bellen tot de man op de derde verdieping, de onderbuur van de Afrikaantjes, uit z’n raam ging hangen om me te vertellen dat hij gek werd van hun luide toestanden. Op de vraag of hij dan al naar boven getrokken was om hen te vragen of het überhaupt wat stiller kon, was het antwoord neen. Een 27-jarige niet echt heel sterke vrouw, leek me nu toch ook niet dé aangewezen persoon om binnen te vallen bij een tiental waarschijnlijk onder invloed zijnde bodybuilders, maar wat moet, moet. Ik werd binnengelaten in de trappenhal door de bange onderbuur en trok naar boven. Op slag werd ik van 1 procentje perfectionisme verlost. Nooit meer zal ik me slecht voelen wanneer ik bezoek krijg en er welgeteld 2 sparrennaaldjes of 1 stofje op de trappen liggen. Hier was duidelijk in geen 5 jaar meer gekuist.

Starways to heaven waren het zeker niet. Tenzij heaven een smerig rookkot is en de wolken die wij zien, stiekem gewoon wiet-uitstoten zijn. Secondelang bonken op de deur had bitterweinig effect en ik had de dag ervoor nog maar net m’n nagels gelakt, dus ik besloot maar gewoon binnen te stappen. Want een slot gebruiken, dat kennen ze niet. I came in like a wrecking ball (Miley Cyrus is er niets tegen) en meteen had ik de aandacht van 2 flink uit de kluiten gewassen (of ze gewassen waren, weet ik eigenlijk niet echt zeker) mannen. Lucky me. Nederlands begrepen ze niet. Frans nog minder. Engels dan maar. Op de vraag of ze het een 70-tal decibel rustiger aan konden doen, kreeg ik het verrassende antwoord “But it’s Christmas time!”. Dat Kerstmis voor mij gelijk staat aan samen rond de kerstboom zitten en pakjes open doen, en niet gezellig wiet liggen smoren en de ene pint na de andere achterover slaan, leek hen te verwonderen. Nu ik hun aandacht had (het woord ‘wiet’ deed wonderen), besloot ik er nog even aan toe te voegen dat ze 2 minuten hadden om hun achterraam te sluiten, dat grensde aan onze slaapkamer. En 3 minuten om ervoor te zorgen dat ik geen woord meer hoorde, of dat ze anders bezoek kregen van de politie.

2 minuten later stond ik heelhuids in m’n badkamer, met uitzicht op hun raam. Daar was de leader ondertussen heen getrokken. Niet om het te sluiten, wel om op de uitkijk te staan om te checken of ik terug op de uitkijk kwam staan. Ja dus. Al was ik wel snel weg toen ik merkte dat ik er ondertussen al in m’n slip stond. Maar niet zonder eerst nog even te roepen dat hun 2 minuten bijna om waren. Het raam werd gesloten, maar de decibels gingen erna echter nog de hoogte in, scanderend en stampend, om me nog even op de zenuwen te werken. Gelukkig staat het nummer van de Blauwe Lijn in m’n favorieten en was de politie 5 minuten later al ter plaatse (uiteraard, want alle andere mensen zaten wél vredig rond de kerstboom cadeautjes te openen). Na een korte briefing, trok ik naar bed, en zij naar het rookkot. Net op het hoogtepunt van hun gescandeer en gestamp, hoorden we hen de deur bijna inbeuken. Waarop het afgrijselijk stil werd. Na hun inval hebben we niets meer gehoord. Al een volledige week niet meer. Het lijkt wel alsof de agenten de Afrikanen ter plaatse op een kerstster hebben gezet en regelrecht de hemel hebben ingeschoten. Ik hoop voor hen dat het daarboven toch zo’n rookkot is. En dat ze op de hoogste wolk ever terecht komen. Ondertussen loop ik ook op wolkjes. Stille wolkjes. En niet naar wiet-ruikende.

Standaard

Een verhaal over Spaanse furies in ruil voor een recept: Havermoutwafels met appeltjes

Havermoutwafels met appeltjes

“Tickèèèt! TICKEEET!!” klonk het bij de niet zo bevallige Spaanse restaurantmedewerkster van een niet nader genoemd hotel waar het lief verbleef tijdens één van z’n stages. Hij en z’n ploegmakkers kregen bonnetjes, die ze in het restaurant konden inruilen voor ontbijt, lunch en avondmaal. En ja…  zélfs voor een dessertje. Nu moet je weten dat mijn vent er 7500 calorieën per  dag door jaagt. Dat ie 6 keer per dag eet. En dat we niet spreken over  kleine porties. Zo wordt er net voor het slapengaan nog een liter yoghurt door gejaagd, samen met 2 mandarijnen, een appel en enkele zoete zonden in de vorm van chocolade of taart.

 “We moeten opstaan! Ik voel mezelf al afvallen.” klinkt het overigens doorgaans op zondagochtend als we iets te lang in bed liggen. Nu begrijp je dus wel dat hij met dat ene dessert-“tickèèèt” niet toe kwam om de avond te overleven. En 3 toetjes nemen in ruil voor 1 tickèèèt was geen optie, want dan kreeg hij een Spaanse serenade naar zijn hoofd geslingerd.

Het leek me dit weekend dus een goed idee om wafeltjes te bakken, die hij gemakkelijk kon meepakken in zijn reiskoffer naar Herning. Deze week staat immers het Europees Kampioenschap op het menu, en je weet nooit welk eten je voorgeschoteld krijgt op hotel én of er ook in Denemarken een ticketingsysteem van pas is. Om ongelukken te vermijden, was het dus geen slecht idee alvast wat homemade Belgisch lekkers  mee te geven voor ’s avonds op de kamer. “Wil je dan havermoutwafels met appeltjes bakken?”, klonk het lief. Havermoutwafels? En hoezo, met appeltjes? Nog nooit van gehoord. Maar voor alles is een eerste keer, nietwaar? Met volgend recept tot gevolg:

Havermoutwafels met appeltjes
(ongeveer 25 stuks)

Havermoutwafels met appeltjes

200 g havermout (ik gebruikte Quaker Oats)
200 g patisseriebloem
150 g rietsuiker
75 vloeibare of gesmolten boter
3 dl melk
1 ei
½ koffielepel bakpoeder
1,5 appel, in fijne blokjes gesneden

Bereiding: Meng alle ingrediënten goed in de keukenrobot, laat een uurtje opstijven en bak er wafels van in het wafelijzer.

Wanneer ze afgekoeld zijn, meteen bewaren in een koekjesdoos zodat ze nog enkele dagen mee kunnen. Als je je zo lang kan houden tenminste;).

Standaard

Recept: Ricotta-framboostaart

Ricottataart met frambozen ricotta-framboostaart

Ik had jullie nog enkele recepten beloofd van de taarten waarmee ik op m’n housewarming uitpakte, dus in plaats van koekjes te bakken vanavond, hou ik het bij het schrijven van dit digitale lekkers: Ricotta-framboostaart. Oftwel: een gemakkelijk, snel en ontzettend lekker baksel. Ricotta, hoor ik sommigen denken? Absoluut. Om deze taart te lusten, hoef je zeker geen kaasliefhebber te zijn. Maar het staat buiten kijf dat fans van yoghurt en smoothies hier dol op zijn.

Ingrediënten:

* Voor het deeg:
– 185 g bloem
– 50 g witte suiker
– 120 g koude boter
– ½tl zout (enkel indien de boter ongezouten is)
– 1 eidooier 

* Voor de vulling:
– 350 g ricotta
– 2 el witte suiker
– 1 tl vanille-extract (optioneel)
– 1 bakje frambozen (vers of diepvries, indien ontdooid en uitgelekt)

Bereidingswijze: 

* Deeg:
–  Meng de bloem, het zout en de suiker in een kom.
– Snijd de koude boter in heel kleine stukjes en voeg toe. Goed mengen.
– Voeg het eigeel toe.
– Kneed alle ingrediënten tot een samenhangende bal.
– Druk de deegbal plat en verpak in plastic folie. Laat het minstens 30 minuten rusten in de koelkast.

Je kan dit deeg ook met een foodprocessor maken:
Doe alle ingrediënten in de machine en laat die 10-15 seconden draaien tot je een kruimelige massa hebt. Neem het deeg uit de machine en druk het met de hand samen tot een bal. Druk de bal plat en verpak in plasticfolie. Laat minstens 30 minuten rusten in de koelkast.

* Rest van de taart:
– Verwarm de oven voor op 175°
– Vet een springvorm in met boter en bestuif met een beetje bloem. Gooi de overtollige bloem op het aanrecht (waar je dadelijk het deeg gaat uitrollen).
– Doe alle ingrediënten van de vulling in een kom, behalve de frambozen. Roer goed door.
– Voeg de frambozen toe en roer voorzichtig door.
– Neem het deeg uit de koelkast en verwijder de folie.
– Bestuif het aanrecht met bloem.
– Rol het deeg uit tot een ronde lap van ongeveer 30 cm.
– Bekleed hiermee de springvorm. Zorg dat je een opstaande rand hebt van ongeveer 3 cm hoog.
– Schep de vulling in de beklede vorm.
– Zet de taart op een rooster in het midden van de oven en bak ze ongeveer 45 minuten.

Enjoy!

Standaard

Garagezilla – The Sequel

Was je altijd al op zoek naar iemand die het ene moment te bang is om haar ogen te sluiten, en het andere vrijwillig en met veel goesting bij 3 louche Bulgaren in een nog louchere wagen kruipt? Stop, met zoeken. I’m your man.

Oude herenhuizen maken veel geluiden, zegt men altijd. Ik ben meer van het principe: die geluiden moeten dan toch ergens vandaan komen. En dat dacht ik vannacht om 2 uur te bewijzen. Niet omdat ik niets beters te doen had, wel omdat m’n vriend en ik al enkele keren lawaai hoorden op het gelijkvloers. Wij lagen in de slaapkamer, 2 verdiepen hoger. En we hebben héél hoge plafonds. Dat geluid had met andere woorden best wat meters te overbruggen, dus dit moést wel iets zijn. Er rotsvast van overtuigd dat er iemand in ons huis zat, trok ik met de wederhelft naar beneden. En toen Pieter z’n eerste stap op de trap zette, leek het alsof er ineens een deur werd toegedaan beneden. Te luid, te veel toeval. Beneden moesten we zijn. Alhoewel, we… Pieter dus. Ik hield de wacht in de hal, om de man te kunnen overmeesteren als die via één van onze bergingen zou proberen te ontsnappen. Ongewapend. In een slaapbloesje. En met een bril die niet echt scherp genoeg meer is om een staanlamp van een mens te onderscheiden. Maar de intentie was er.

Vijf minuten later kreeg ik te horen dat er niets aan de hand was en trokken we terug naar boven. Pieter deed alsof alles in orde was en stelde me heel lief gerust, maar als je daarna nog 10 minuten de wacht houdt boven de trap, zo hard voorover gebogen dat je bijna naar beneden valt om toch maar elk geluid te kunnen horen… nou ja, dan mist dat geruststellen z’n effect wel.

Eens het licht uit was hoorden we weer 2 keer precies een deur toeslaan, en snorde de wederhelft z’n zakmes op om terug naar het gelijkvloers te trekken. “Maar niets aan de hand hoor schattie.” Juist ja. Nadat we zelfs de koffer van de auto grondig inspecteerden, moesten we toch terug met lege handen naar boven. Na een tussenstop in de zetel om alles nog even goed in de gaten te houden, zochten we toch maar terug onze kamer op. Op 1 voorwaarde: Hij mocht niet voor mij in slaap vallen. “Tuurlijk niet, ik ga je beschermen.” 10 minuten later lag er eentje in dromenland. En het was niet ik.

The Day After:

Hoera, het is licht! Onze spullen staan hier nog allemaal! We hebben het overleefd!
Geen sporen van inbraak. Maar ik kreeg meteen andere katten te geselen. Ik had met een gijzeling te doen. Weer stond er immers iemand voor m’n poort geparkeerd. Voor zij die wat leutige background nodig hebben, 1 adres: https://ellelives.wordpress.com/2013/09/25/garagezilla/

Na een toeterconcert waar menig fanfare nog een puntje aan kon zuigen, nog steeds geen spoor van de boosdoener(s). In afwachting van de politie besloot ik maar gewoon te… wachten. Want dat is wat mensen doen die gevangen zitten in hun eigen huis. En ze worden ook een beetje chagrijnig. Zo chagrijnig dat ze zelfs nog los op de bestuurder zouden vliegen, al was het een louche gespierde man. Oh wacht, dat deed ik al (zie de link hierboven).

Met z’n drieën waren ze dit keer. En van Bulgaarse afkomst. Uiteraard. Gelukkig spreek ik die taal ondertussen al een beetje en begrijp ik dus moeiteloos wat “soeri soeri, faaiv minoetjes” betekent. Al tellen ze in Bulgarije precies op een andere manier, want die faaiv minoetjes waren er bij mij toch een dikke dertig.

Rap rap kropen ze ondertussen in de wagen, maar dat was zonder mij gerekend. “Als jullie mij 5 minuten laten wachten, ik jullie ook”, en ik zette me in de wagen. Dat hadden ze precies niet zien aankomen, maar wat gemekker en een tiental verontschuldigingen later, leken ze te begrijpen dat ik niet ging vertrekken. Ondertussen was de buurman al enkele keren licht geamuseerd komen toekijken, en was ook m’n wederhelft poolshoogte komen nemen nadat ik hem uit z’n bed getoeterd had. Of in z’n ogen ongeloof, amusement, trotsheid of pure verontwaardiging of ‘Ik moet jou dringend naar het gesticht brengen’ blonk, weet ik nog niet goed. Al leken de eerste 2 kernwoorden het te winnen nadat ik vroeg: “Haal je eens een lepeltje? Ik ging juist beginnen aan m’n Petit Gervais toen ze toekwamen.” Dus waarom niet gewoon even ontbijten en m’n mails doen in hun wagen?

Een kwartier later hadden de Bulgaren het wel gehad. “Iz niet meer faaiv minoetjes, iz al faaivtien minoetjes’.

“Met rente gaat dat ook zo”, kaatste ik terug. En ik bleef nog even zitten.

Standaard

Recept: vanille-speculoostaart

Vanille-speculoostaart

Zij die niet gek zijn van taart, blijven hier de komende weken misschien best weg, want vanaf nu komen m’n bakrecepten van m’n Housewarming-buffet online (check  https://ellelives.wordpress.com/2013/11/11/housewarming-een-mooi-excuus-om-je-baking-frenzy-even-de-vrije-loop-te-laten/) Al gaat die waarschuwing wel lijnrecht in tegen het succes van mijn blogstatistieken. Vergeet dus maar snel wat ik gezegd heb, en probeer onderstaand recept vann mijn vanille-speculoostaart toch maar. Wedden dat je er wild van bent?

KRUIMELDEEG (opgelet: eerst 1 uur laten rusten in de koelkast)

(pssstt: aangezien ik 16 taarten en cakes op het programma had staan, heb ik gekozen voor kant-en-klaar kruimeldeeg. Jammer genoeg iets minder brokkelig en smaakvol, maar wel erg tijdbesparend.)

Ingrediënten
– 100 g koude boter in blokjes
– 50 g suiker
– 2 vanillestokjes
– 1 ei
– 200 g bloem
– 2 eetletepels water
– een snufje zout

Bereidingswijze
1. Doe de boter, het zout en de suiker in een mengkom. Kneed met de hand, of zet de keukenrobot op een matige snelheid.
2. Schraap de zaadjes uit de vanillestokjes en doe ze bij het mengsel.
3. Voeg het ei toe. Kneed verder tot een homogene massa.
4. Voeg de helft van de bloem toe. Kneed even verder op lage snelheid en doe de resterende bloem en het water bij het mengsel.
5. Verhoog systematisch de snelheid van de keukenrobot. Meng verder tot het deeg begint te bollen.
6. Haal het deeg uit de keukenrobot en kneed even verder met de handen.
7. Laat het deeg 1 uur rusten in de koelkast.

CREME PATISSIERE (Yummy banketbakkersroom)

Vanillespeculoostaart_2

Ingrediënten
– 1 vanillestokje
– 5 eidooiers
– 6 dl melk
– 100 g suiker
– 50 g maïszetmeel

Bereidingswijze
1. Klop de eidooiers met de suiker tot een lichte massa en voeg dan het maïszetmeel toe. Meng goed.
2. Schraap de zaadjes uit het vanillestokje en voeg dit toe aan de melk. Verwarm op een laag vuurtje, en voeg ook het uitgeholde vanillestokje toe. Haal de pan van het vuur wanneer de melk begint te koken.
3. Verwijder het vanillestokje en giet het mengsel van ei, suiker en maïszetmeel hierbij. Zet op het vuur en warm op tot het kookpunt.  

EN TOT SLOT…

Ingrediënten
– 300 g speculoospasta
– 35 g bloem
– 140 g verkruimelde speculoos

Bereidingswijze
1. Vet een hoge taartvorm in met boter.
2. Verwarm de oven voor op 180 °C.
3. Rol het kruimeldeeg uit en leg in de taartvorm.
4. Meng de speculoospasta met de bloem.
5. Strijk de speculoospasta gelijkmatig over de taartbodem.
6. Giet de crème patissière hierover en verdeel gelijkmatig.
7. Strooi de verkruimelde speculoos bovenop de taart.
8. Bak 30 minuten op 180 °C.
9. STOP! Laat de vanille-speculoostaart eerst volledig in de vorm afkoelen, dàn pas aanvallen.

Standaard

Housewarming. Een mooi excuus om je baking frenzy even de vrije loop te laten.

Cake met cacao en stukjes chocolade
Vanille-speculoostaart
Ricottataart met frambozen
Cheesecake
Brownie
Appelcake met amandel
Pecannotenkoek
Good old viervierdencake
Appel-kaneeltaart

Toen ik moest beslissen wat ik zou maken voor onze housewarming, was het snel beklonken. Eigenlijk wist ik op voorhand al dat ik zou gaan bakken. In die mate bijna, dat ik haast een housewarming organiseerde, puur als excuus om een hele dag volledig loss te kunnen gaan in m’n keuken. Baking frenzy, oftwel: “a state of great excitement when some baking is going on.” Dat gebeurde dus 2 weken geleden. 4 weken terug dook ik m’n patisserieboeken en online hulplijnen al in, om een menu op te stellen. En een week later werkte ik m’n draaiboek uit. Je bent licht neurotisch, of je bent het niet.

Een gouden tip wanneer je beslist om 16 taarten en cakes te gaan bakken op 1 dag tijd: planning is alles. Wat die 16 betreft overigens: dat getal is compleet gerechtvaardigd. Echt wel. We verwachtten iets meer dan 80 personen, dus als iedereen 2 stukjes eet, moet je er 160 in huis zien te hebben. Je moet dus niet alleen kunnen bakken, ook je wiskunde moet meezitten. Maar planning dus:

– Kies niet allemaal taarten die elk een uur in de oven moeten. Er zijn er genoeg waarbij een half uurtje volstaat.
– Doe je boodschappen op voorhand. De hoofdingrediënten zijn toch meestal boter, bloem, suiker, eieren, vanille en ook ricotta, noten en fruit blijven een dikke week goed.
– Kies voor taarten waarbij je qua afwerking amper werk hebt.
– Ga voor een keertje voor kant- en klaar kruimel- of bladerdeeg. Zo win je massa’s tijd.
– Start de dag zelf met enkele taarten die maar een half uurtje de oven in moeten. Zo boek je meteen visueel resultaat en geraak je niet ontmoedigd.
– Na een drietal taarten die maar een korte baktijd nodig hebben, kan er eentje van een uur de oven in.
– Ondertussen kan je al aan je volgende taart beginnen zodat die klaar staat om erna de oven in te gaan, én heb je de tijd om een kleine middagpauze te nemen. Want van die heerlijke bakgeur, krijgt een mens honger.
– Zorg ervoor dat je altijd minstens 1 taart klaar hebt staan, zodat die meteen de oven in kan. Time is geen money in dit geval, maar wel broodnodig als je een marathonsessie hebt gepland.
– Maak enkele taarten in tweevoud. Zo moet je maar 1 keer aan de slag om het deeg te maken.
– Kijk je vriend enkele weken ervoor poeslief in de ogen, en laat eens vallen dat een Kitchenaid echt wel heel handig zou zijn.

Diegenen die hoorden dat ik 16 taarten zou proberen bakken op 1 dag tijd, en ondertussen ook nog wou eten, m’n huis kuisen en alles klaarzetten voor de Housewarming de dag erna, verklaarden me gek. Ook m’n vriend zei dat ik deze keer écht wat te veel hooi op m’n vork nam en dat het deze keer écht wel niet zou lukken. Wel… mis poes. Het is me alweer gelukt. En nog redelijk vlotjes ook, dankzij de goede voorbereiding, de goesting waarmee ik aan de slag ging en de adrenaline om weer eens te bewijzen dat het echt wel zou lukken. De taarten werden ondertussen flink gesmaakt, dus jullie kan ik de komende weken enkel verwennen met de receptjes en wat foto’s zodat jullie zelf ook aan de slag kunnen. Maar wel eerst een draaiboekje maken he.

Standaard